Op welk bed zet je een keerwand?
Begin bij de ondergrond, niet bij het funderingsmateriaal
Voordat je nadenkt over granulaat of beton, wil je weten waar je op bouwt. Graaf de cunet uit en kijk wat je tegenkomt. Vaste zandgrond is prima nieuws. Geroerde grond, veen, natte klei of restanten van een oude constructie zijn dat niet.
Geroerde grond haal je weg tot je op vaste ondergrond zit. Dat kost extra grondwerk en extra funderingsmateriaal, en dat is precies de reden dat het vaak wordt overgeslagen. Toch is dit het goedkoopste moment in het hele project om het goed te doen. Een wand die later verzakt, moet je uitgraven, uit elkaar halen en opnieuw stellen, en dan ligt de aanvulling er al.
Let ook op de waterhuishouding. Staat het water hoog of blijft de bouwput vollopen, dan is een doorlatende fundering met afvoer geen extra maar noodzaak. Water dat achter en onder de wand blijft staan, is samen met een slappe ondergrond de belangrijkste oorzaak van verzakking.
Stelzand: alleen voor de lichtste toepassingen
Een bed van ophoogzand volstaat bij lichte, ongewapende elementen op een goed doorlatende, draagkrachtige zandondergrond. Denk aan lage begrenzingen van 30 tot 50 cm langs een border of plantvak, waar niets overheen rijdt. Dat is ook het gebruik dat je terugziet bij keerwanden in de tuin.
Het nadeel van zand is dat het kan wegspoelen. Zonder afscherming en zonder goede afwatering verlies je op termijn juist onder de rand van de voet materiaal, en daar begint het kantelen. Voor alles wat zwaarder is dan een borderrand zou ik zand daarom niet als volledige fundering gebruiken.
Granulaat: de standaard voor de meeste keerwanden
Voor het overgrote deel van de infraprojecten is menggranulaat de juiste keuze. Het is drukvast, het is doorlatend, het laat zich goed verdichten en het is aanzienlijk goedkoper dan beton. Een korrelmaat van 0/31,5 werkt in de praktijk prettig.
Een paar vuistregels voor de opbouw:
- Laagdikte. Reken bij lichte elementen op ongeveer 20 cm verdicht granulaat, en bij zwaardere gewapende elementen of belasting van verkeer op 30 tot 40 cm. Bij een matige ondergrond ga je daarboven.
- Breedte. Maak de fundering aan beide zijden minimaal 15 tot 20 cm breder dan de voet van het element. De belasting spreidt zich onder een hoek uit, dus een strook die precies zo breed is als de voet, doet zijn werk niet.
- Scheidingsdoek. Leg geotextiel tussen de ondergrond en het granulaat. Zonder doek zakt het granulaat op termijn de onderliggende grond in en verlies je juist de draagkracht waar je voor betaald hebt. Bij kleiige of venige grond is dit echt niet optioneel.
- Stelbed. Werk de bovenkant af met een dunne laag van 3 tot 5 cm brekerzand of split om vlak te kunnen stellen. Zie ons assortiment zand, grind en split voor de gangbare soorten.
Een betonstrook: als er echt wat op staat
Bij hoge wanden, zware belasting of een twijfelachtige ondergrond ga je naar een gewapende betonstrook onder de voet. Concreet is dat aan de orde bij wanden boven ongeveer twee meter, bij vrachtverkeer dat vlak achter of over de constructie rijdt, bij sleufsilo's en bulkopslag waar een shovel tegen de vloer en de voet werkt, en op locaties waar zetting te verwachten is. Een betonstrook verdeelt de belasting over een groter oppervlak en houdt de elementen onderling in lijn. Nadeel is dat je uithardingstijd in je planning moet opnemen en dat de kosten hoger liggen. Bij zwaar belaste constructies zoals een mestopslag of sleufsilo verdient dat zich terug in levensduur. Ga je boven de twee meter of heb je te maken met een hellend achterterrein, laat de fundering dan doorrekenen door een constructeur.
Vorstvrij aanleggen
Water in een fundering zet uit bij vorst. Ligt de onderkant van je fundering te ondiep in vorstgevoelige grond, dan wordt de constructie in de winter opgetild en zakt hij bij dooi ongelijkmatig terug. Doe dat een paar winters achter elkaar en je wand loopt uit het lood. Houd in Nederland aan dat de onderkant van de fundering op ongeveer 60 cm onder het maaiveld ligt, gemeten aan de lage zijde van de wand. Is dat niet haalbaar, bijvoorbeeld door kabels of leidingen, compenseer dan met een dikkere laag drainerend granulaat en zorg dat het water er daadwerkelijk uit kan. Vorstschade ontstaat door water, niet door kou alleen.
Verdichten in lagen
Dit is de fout die het vaakst gemaakt wordt onder tijdsdruk: 40 cm granulaat in één keer storten en er een keer met de trilplaat overheen. De onderste helft komt dan nooit op dichtheid. Verdicht in lagen van maximaal 20 tot 25 cm en trek per laag meerdere gangen. Bij grotere oppervlakken en zwaardere constructies pak je een trilwals in plaats van een trilplaat. Bevochtig het granulaat licht als het kurkdroog is, dan verdicht het beter. Controleer tot slot of de laag over de volle lengte gelijk aanvoelt, want de overgangen tussen werkgangen zijn de zwakke plekken.
Het eerste element bepaalt de rest
Span een draad over de volledige lengte van de wand voordat je het eerste element plaatst, op de hoogte waar de bovenkant moet komen. Begin bij het hoogste punt of bij de hoek, en werk van daaruit door.
Stel elk element vanuit de onderkant van de voet, niet vanuit de bovenkant van de staander. Elementen verschillen onderling een paar millimeter in hoogte, en dat verschil zie je pas als je een lange rij naast elkaar hebt staan. Bij gebruikte keerwanden is die spreiding groter dan bij nieuwe, dus meet daar een paar elementen na voordat je begint.
Wat je verder wilt onthouden: zorg dat het element over de volle voet contact maakt en niet op twee punten rust, laat een voeg van enkele millimeters tussen de elementen zodat ze kunnen werken, en gebruik kunststof of betonnen stelplaatjes in plaats van hout. Hout rot weg en dan zakt de correctie die je zorgvuldig had aangebracht alsnog in.
Als je een wand ziet die scheef staat, is het verhaal er bijna altijd hetzelfde: het werk onder de grond kreeg te weinig tijd omdat het toch niemand opvalt. Terwijl juist dat deel bepaalt of je constructie tien of dertig jaar meegaat.
Advies van Klinkervisie
Twijfel je over de opbouw bij een specifiek project, bel ons dan even. Vaak zijn de hoogte van de wand, de belasting erboven en het type ondergrond genoeg informatie om je richting te geven, en we denken graag mee over welk betonelement en welk funderingsmateriaal daar het beste bij past. Weet je nog niet welk type keerwand je nodig hebt, lees dan eerst wanneer je gewapend of ongewapend kiest.
Waar ga je mee aan de slag?
Wij passen het assortiment, de informatie en prijzen (incl. / excl. btw) aan op jouw situatie
